Binnen tien minuten in een groengebied

Het Algemeen Uitbreidings Plan uit 1934 had niet alleen tot doel om de stedelijke bebouwing uit te breiden, maar ook een goed evenwicht te bereiken tussen de stad en het groen. Naast de ruimere en groenere opzet van de nieuwere woonwijken is de lobben- en scheggenstructuur een belangrijk aspect in dit plan.

De stad werd in het AUP niet met een extra rand bebouwing uitgebreid, maar kreeg een lobbenstructuur, waarbij de nieuwe uitbreidingen als vingers aan een hand in het omringende groene land steken, dat als groene scheggen tot diep in het stedelijke gebied naar binnen reikt. Daardoor kunnen bewoners van de stad, ook vanuit het stadscentrum, binnen tien minuten in een groengebied zijn. Dit is uniek in de wereld.

De scheggen zijn tegen de klok in: Spaarnwoudescheg, Sloterscheg, Amsterdamse Bosscheg, Amstelscheg, Diemerscheg, Waterlandscheg, Twiskescheg en Zaanse scheg. In de Structuurvisie 2040, vastgesteld in 2011, is deze scheggenstructuur als belangrijk structurerend element opgevoerd. Ook bij een groeiende stad kan de relatie tussen bebouwing en omringend groen zo in stand blijven. Het is voor de leefbaarheid van de stad van levensbelang om de groene longen in en om de stad te koesteren, en verder te benutten voor met name recreatieve doeleinden.

De grote groen- en watergebieden om de stad bieden met hun weidsheid het noodzakelijke tegenwicht voor de steeds dichter bebouwde stad. Ze bieden de stedeling de ruimte om actief bezig te zijn. Je kunt er urenlang wandelen, fietsen, kanovaren of schaatsen. De stad en het ommeland vormen geen tegenstelling, maar een eenheid. Bij een dicht bebouwde stad met veel voorzieningen hoort een ommeland dat juist het omgekeerde biedt: weidsheid en ruimte om te bewegen.

Bij de grote groengebieden is het bewaren van het eigen, cultuurhistorische karakter en het bewaken van de onderlinge variatie het uitgangspunt. De grote variatie aan snel bereikbare, karakteristieke landschappen om de stad is één van de sterkste punten waarmee Amsterdam zich profileert als groene topstad. Uit: Structuurvisie 2040

‘Groen is niet meer heilig’
De aantrekkingskracht van Amsterdam is groot. Jaarlijks vinden zo’n 11.000 nieuwe inwoners hun weg naar de stad. Met ‘Koers 2025’, dat een concrete uitwerking is van de Structuurvisie 2040, formuleert de gemeente de ambitie om de komende tien jaar 50.000 woningen te realiseren. De nadruk ligt op verdichting en intensivering van de bestaande stad: “Rustig wonen gaan we niet meer doen.” Wat betekent dit voor het evenwicht tussen de stad en het groen, het ideaal dat Van Eesteren voorstond? Het 50e Van Eesterengesprek, de jubileumeditie, stond in het teken van ‘Koers 2025’. Lees het verslag van de avond. En lees in het artikel uit de NRC (10 juni 2016) Groen is niet meer heilig, dus weg met Amstelglorie, over de mogelijke consequentie van de Koers voor het stedelijk groen.

Van Eesterengesprek #51: Groen voor iedereen
Op donderdag 30 juni 2016 vertelde tijdens het 51e Van Eesterengesprek architectuurhistoricus Jouke van der Werf over de Amsterdamse Bosscheg. Hij schreef onlangs een cultuurhistorische verkenning van het Amsterdamse Bos en weet alles over de geschiedenis en het huidige gebruik van het bos. Het bos diende vooral een sociaal doel: het moest ruimte bieden aan vele vormen van vrijetijdsbesteding voor mensen uit alle lagen van de bevolking. Klik hier voor meer informatie en tickets.


Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook
Kaart van het Algemeen UItbreidingsplan van Amsterdam (AUP), Dienst der Publieke Werken, 1935. Vogelvlucht AUP Buitenveldert gezien naar het Zuidwesten. Op de voorgrond een deel van Plan Zuid van Berlage. Er achter de toekomstige Tuinstad Buitenveldert. Links de Amstel; 1935. Kaart: Dienst der Publieke Werken.

 

Uitgelicht

Presentatie Coalitie-akkoord


van Eesteren Museum