Opleiding

Cornelis van Eesteren wordt in 1897 geboren als oudste zoon van aannemer Balten van Eesteren in Alblasserdam. Zijn vader ziet hem het liefst het familiebedrijf overnemen en laat hem in 1914 studeren aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam. Maar wanneer zijn belangstelling voor architectuur eenmaal gewekt is, volgt hij zijn eigen weg en gaat naar de vervolgopleiding aan het Voortgezet en Hooger Bouwkunst Onderricht in Amsterdam (de voorloper van de huidige Academie van Bouwkunst).

Nieuwe Zakelijkheid
In Rotterdam is Van Eesteren klasgenoot van ontwerpers als Willem Gispen en Leendert van der Vlugt. Het is een bijzonder drietal. Hoewel elk zich heeft bekwaamd in een andere discipline – Van Eesteren in Stedenbouwkunde, Gispen in meubelontwerp en Van der Vlugt in architectuur – zijn alle drie pioniers van het Nieuwe Bouwen (of de Nieuwe Zakelijkheid).

Reis door Europa
Van Eesteren bleek een ijverige en ambitieuze student. In 1921 wint hij de ‘Prix de Rome’ met zijn ontwerp voor een Instituut van Schoone Kunsten. Aan de prijs is een reis door Europa verbonden waarbij hij wordt geacht de Noord-Duitse baksteenarchitectuur te bestuderen. Deze reis in 1922 is cruciaal geweest in zijn ontwikkeling tot stedenbouwkundige.

In Berlijn en Weimar maakt Van Eesteren kennis met een nieuwe lichting architecten, ontwerpers en kunstenaars, onder wie Erich Mendelsohn, Adolf Behne, Hans Richter en László Moholy-Nagy en Walter Gropius, El Lissitzky. Met kunstenaar en dichter Theo van Doesburg en docent aan het Bauhaus, werkt hij enige tijd samen. Ook is hij getuige van het ontwerpproces van een van de eerste tuinsteden met strokenbouw; de Hellerhofsiedlung uit 1928/’29 in Frankfurt am Main.

In zijn eindverslag beschrijft hij zijn gedachten over kunst, technologie, woningbouw, de maatschappij, en over hoe al die zaken samenkomen in de stad. De commissie is teleurgesteld dat hij zich niet aan de opdracht heeft gehouden en onthoudt hem een tweede toelage die Van Eesteren had willen gebruiken voor een studiereis door de Verenigde Staten.

École Urbaines
Van Eesteren is vastbesloten zich te ontwikkelen op het gebied van de stedenbouwkunde. In Nederland is daar geen opleiding voor. Daarom wijkt hij uit naar Parijs, waar hij de studie stedenbouw volgt aan de Études École des Hautes Urbaines. In Frankrijk ligt de stedenbouwkunde dicht aan tegen de sociale geografie. Hij leert er in de eerste plaats dat een degelijk stedenbouwkundig ontwerp gebaseerd moet zijn op onderzoek. Vóór de stedenbouwkundige kan tekenen, moet de onderzoeker inventariseren welke rol de stad speelt in het leven van haar inwoners, van reistijden tot recreatiebehoefte. Als leidraad houdt Van Eesteren vast aan vier primaire functies: wonen, werken, ontspanning en verkeer. Deze functies zullen altijd een rol blijven spelen bij zijn visie op ‘de functionele stad’.

Cornelis van Eesteren in Weimar; omstreeks 1927. Fotograaf: Louis Held (vermoedelijk). Collectie NAi. Congres van de Unie van Internationale Progressieve Kunstenaars in Düsseldorf; mei 1922.