De stad voor het AUP

Stadsuitbreiding
Overal ter wereld groeien na de Tweede Wereldoorlog de steden uit hun voegen; de dienstensamenleving trekt mensen aan van het land naar de stad. De binnensteden zijn erg vervuild doordat zowel industrie als bewoners stoken met steenkool. Daarbij voldoen huizen in bijvoorbeeld de Jordaan en de Nieuwmarktbuurt niet meer aan de eisen van comfort en hygiëne; de woningen zijn klein en vervallen.

Veel stellen hebben hun huwelijk uitgesteld tot na de oorlog en zij zoeken nu een woning om een gezin te stichten. Amsterdammers willen meer ruimte, zowel in als rondom het huis. Door de opkomst van de personenauto ontstaat er ook behoefte aan bredere wegen en meer parkeergelegenheid.

Woningwet
Tot eind 19e eeuw is Amsterdam in crisis. Een derde van de bevolking is ‘s winters werkloos. Honger en slechte hygiëne zorgen voor hoge sterftecijfers, veel erger dan in andere grote steden. Woningbouw is een zaak van particuliere investeerders. Een actieve groep hervormers oefent druk uit op het gemeentebestuur. Dat ziet in dat er woningen moeten komen voor álle lagen van de bevolking. Het opdrijven van grondprijzen door speculanten wordt aangepakt en veel woningen worden onbewoonbaar verklaard. Er komt een woningwet (1901) en bouwtoezicht.

Boeren en tuinders in de omgeving van Amsterdam ondervinden ook de gevolgen van de crisis. Ze zijn gedwongen hun vee en land te verkopen. Zodoende kan de gemeente Amsterdam door annexatie het oppervlak van de stad uitbreiden van 4.630 ha naar 17.121 ha. Uiteraard is er ook veel protest van boeren die hun boerderij niet willen opgeven. Zij worden onteigend met alle tragische taferelen van dien. Een aantal begint een nieuw leven in de Verenigde Staten of Canada.

De bebouwing van deze gebiedsuitbreiding vraagt om een degelijk stedenbouwkundig ontwerp. Juist in deze tijd is het denken hierover wereldwijd in beweging. In de jaren twintig en dertig is de invloed merkbaar van de tuinstadgedachte uit Engeland en de Verenigde Staten en het Nieuwe Bouwen uit Duitsland. Van Eesteren, dan werkzaam als stedenbouwkundig ontwerper bij de dienst Stadsontwikkeling, is op de hoogte van deze denkbeelden door zijn opleiding in Parijs en zijn vele internationale contacten.

Sociale woningbouw
Al eerder, tussen 1875 en 1890, had de Dienst Publieke Werken diverse uitbreidingsplannen voorgesteld. De opdracht wordt ten slotte gegund aan Berlage, wat in 1914 resulteert in het ontwerp voor Plan Zuid. Maar door de stijging van de bouwkosten stort na de Eerste Wereldoorlog de particuliere bouw in.

De sociaaldemocraten bepleiten dat de gemeente zelf woningen gaat bouwen. Toenmalig wethouder volkshuisvesting Floor Wibaut vindt een manier om hiervoor rijkssubsidie binnen te slepen. Zodoende groeit het aandeel woningbouw door de gemeente tussen 1914 en 1922 van vrijwel niets tot 50 procent van de nieuwbouw in de stad. Zo ontstaan de Watergraafsmeer en het bekende uitbreidingsplan Zuid van Berlage.

Woningnood
Na de Tweede Wereldoorlog berekent de dienst Stadsontwikkeling een inwonergroei van 750.000 in 1930 tot méér dan een miljoen in 2000. Om in de woonbehoefte te voorzien, moeten hiervoor meer dan 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd. Wethouder Volkhuisvesting J.J. van der Velde bepaalt dat er begonnen zal worden met de bouw van 50 duizend woningen om de ergste woningnood op te lossen.

De particuliere bouw blijft echter achter door materiaalschaarste, gebrek aan arbeidskrachten en hoge stichtingskosten. Dan stelt het Rijk ook nog een norm in voor de maximum uitgaven aan woningwetbouw; de plannen die worden voorgelegd, worden meestal te duur bevonden. Kenmerkend voor de stadsuitbreiding is dus dat de wijken goedkoop en snel tot stand zijn gekomen.

Lees meer over het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) >>


Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook
Verkrotting in Amsterdam. Achterzijde Palmstraat in de Jordaan; 1913. Foto: Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Verkrotting in Amsterdam. Achterzijde Palmstraat in de Jordaan; 1913. Foto: Collectie Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

De annexatie van 1921. In geel de oppervlakte van Amsterdam voor 1921. LInks in het roze de voormalige gemeente Sloten, aan de onderkant in oranje het van de gemeente Nieuwer-Amstel geannexeerde gebied. De overige gebieden zijn geannexeerd van respectievelijk de gemeenten Ouder-Amstel (groen), Watergraafsmeer (roze), Diemen (groen). Ten noorden van het IJ werden de gemeenten Buiksloot (oranje), Nieuwendam (groen) en Ransdorp (roze) geheel geannexeerd. Van Oostzaan werd een deel geannexeerd (groen). Het grondgebied van de gemeente Amsterdam werd vier keer zo groot. Kaart: Dienst der Publieke Werken.

De annexatie van 1921. In geel de oppervlakte van Amsterdam voor 1921. LInks in het roze de voormalige gemeente Sloten, aan de onderkant in oranje het van de gemeente Nieuwer-Amstel geannexeerde gebied. De overige gebieden zijn geannexeerd van respectievelijk de gemeenten Ouder-Amstel (groen), Watergraafsmeer (roze), Diemen (groen). Ten noorden van het IJ werden de gemeenten Buiksloot (oranje), Nieuwendam (groen) en Ransdorp (roze) geheel geannexeerd. Van Oostzaan werd een deel geannexeerd (groen). Het grondgebied van de gemeente Amsterdam werd vier keer zo groot. Kaart: Dienst der Publieke Werken.

Uitgelicht

Vaartocht Van Eesteren Museum door Amsterdam Nieuw-West. Foto: Marjori Hong (www.gefladder.nl). Presentatie Coalitie-akkoord


van Eesteren Museum