Amsterdam-Noord

De planontwikkeling van Amsterdam-Noord begint in 1958 en duurt tot 1973. De wijken in Noord die uit het AUP verrijzen, zijn Nieuwendam-Noord (1962), Buikslotermeer (1966), Molenwijk (1966) en Banne Buiksloot (Zuid in 1965 en Noord in 1974).

Eengezinswijken
In Noord wordt al eerder begonnen met de stadsuitbreiding; na jarenlang getouwtrek over het bebouwingsplan verrijzen daar in de jaren twintig Tuindorp Oostzaan en Nieuwendam-Zuid. In de jaren dertig wil men meer van dit soort wijken met kleine eengezinswoningen voor arbeiders.

Het AUP echter volgt een nieuwe lijn, namelijk dat groei van het stadsdeel beperkt dient te worden. Stadsuitbreiding is noodzakelijk, maar dan in westelijke en zuidelijke richting. De lagere grondprijzen van de geannexeerde gebieden buiten de ringspoorbaan, maakt laagbouw daar financieel mogelijk. Noord zou voorbehouden blijven aan industrie en recreatie. Een van de argumenten is dat de pontverbinding de forensenstromen niet aan kan.

IJtunnel
Het plangebied in Nieuw-West en Buitenveldert is echter sneller bebouwd dan beoogd. Als in 1953 dan toch besloten wordt tot een tunnel die de Amsterdamse oevers zal verbinden, kan woningbouw op bouwlocaties in Noord van start gaan. De uitbreidingsplannen voor Noord worden in 1958 vastgesteld door de gemeenteraad en in 1961 door het rijk. De IJtunnel wordt geopend in 1968.