Kerken

In de jaren vijftig is de Nederlandse samenleving sterk verzuild. In de Westelijke Tuinsteden krijgt elke wijk zijn eigen kerkgebouw. Voor de realisatie van de veertig nieuwe kerken was subsidie beschikbaar en er werd geld ingezameld bij de kerkgangers. Tot de bouw voltooid was, werd er jarenlang gebruik gemaakt van noodkerken.

Wijkgedachte
Cornelis van Eesteren en zijn tijdgenoten waren ervan overtuigd dat de nieuwe wijken van de Westelijke Tuinsteden het sociale en culturele leven zouden verbeteren. De kerken kregen binnen deze wijkgedachte een belangrijke rol. De wijk zou namelijk het gemeenschapsleven bevorderen. Kerkgebouwen worden daarom zo ontworpen dat bijruimten ook voor andere activiteiten kunnen worden gebruikt.

Religieuze architectuur
De bijzondere vormgeving van de kerkgebouwen zorgt voor afwisseling in de door woningen gedomineerde wijken. Ze zijn geplaatst op kruisingen van wegen en daardoor nadrukkelijk aanwezig in de buurt.

De naoorlogse kerkarchitectuur is zeer gevarieerd met zowel traditionele- als moderne vormgeving. Moderne materialen, zoals beton, staal en prefab elementen, worden vaak en experimenteel gebruikt voor de bouw van de kerken.

Nieuwe Heilige Huisjes
Aan het eind van de jaren zestig komen migranten in Nieuw-West wonen. De nieuwe bewoners brengen hun eigen geloof mee. Door de ontkerkelijking van autochtone Nederlanders komen er veel kerken vrij. Zo is De Olijftak in Slotermeer verbouwd tot de El Hijra moskee.

De Lourdeskerk. Foto: Victorien Koningsberger.