ANBI

ANBI
Van Eesterenmuseum
Postadres: Freek Oxstraat 27-hs, 1063 ZV Amsterdam
Bezoekadres: Burgemeester De Vlugtlaan 125, 1063 BJ Amsterdam

Het RSIN fiscaal nummer
822250251

Doelstelling ANBI
Doelstelling en ontwikkeling van het VEM sinds de oprichting in 2010.

Het Van Eesterenmuseum confronteert geïnteresseerden en professionals met tradities, actuele ontwikkelingen en kansen uit de wereld van stedenbouw en stedelijke ontwikkeling. Dit gebeurt vanuit de actuele betekenis van de nalatenschap van Cornelis van Eesteren, die met het Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam (AUP) en met het ontwerp van de Westelijke Tuinsteden toonaangevend is geweest voor de vroeg naoorlogse stedenbouw en architectuur in Nederland. Met zijn voorzitterschap van de CIAM kregen zijn inzichten met betrekking tot stadsontwikkeling en stadsontwerp een internationale dimensie.

De stichting is een culturele instelling die ten doel heeft:

1. De bekendheid met en waardering voor Nieuw-West op het gebied van stedenbouw en architectuur als realisatie van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (van de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam) met Van Eesteren als hoofdontwerper bij zoveel mogelijk mensen in en buiten Amsterdam

2. Instandhouding van de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van de Tuinsteden, van Amsterdam Nieuw-West en in het bijzonder die in het door de gemeente Amsterdam tot beschermd stadsgezicht benoemde Van Eesterenkwartier.

3. Bekendheid met en waardering voor het leven en wonen (vroeger en nu) van de oorspronkelijke bewoners en nieuwe bewoners van de tuinsteden, in het bijzonder van Amsterdam Nieuw-West, bij zoveel mogelijk mensen binnen en buiten Amsterdam

4. Een positief imago van de tuinsteden, in het bijzonder Amsterdam Nieuw-West, bij zoveel mogelijk mensen in en buiten amsterdam

Werkwijze:
Het Van Eesterenmuseum zal de volgende activiteiten en functies ontplooien en uitoefenen:

1. Verzorgen van rondleidingen door het Van Eesterenkwartier en andere tuinsteden in Amsterdam.

2. Organiseren van exposities in om en buiten het museum over:
– de stedenbouwkundige inzichten van van Eesteren en van het AUP;
– bewoners van de tuinsteden;
– werk van kunstenaars/beroepsbeoefenaars op het gebied van stedenbouw, vormgeving, (landschaps)architectuur en kunst in de openbare ruimte.

3. Organiseren dan wel faciliteren van lezingen, conferenties, workshops, lessen, filmvoorstellingen;

4. Uitgeven van publicaties;

5. Bieden van ruimte voor activiteiten van en voor bewoners op gebied van kunst, architectuur, stedenbouw en de stedelijke vernieuwing van Amsterdam Nieuw-West;

6. Stimuleren en faciliteren van onderzoek, deskundigheidsbevordering en educatieve programma’s;

7. Realiseren van een meer definitief onderkomen voor het museum, in huur of in eigendom, maar bij voorkeur zo dat het werk zelf de geest van het werk van Van Eesteren uitstraalt en typerend is voor in die geest gerealiseerd werk in de tuinsteden;

8. Inrichten en voor publiek openstellen van een museumwoning en eventueel een Bed & Breakfast;

9. In het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande in de ruimste zin genomen in verband kan staan of daarvoor bevorderlijk kan zijn.

Beleidsplan
Lees hier (.pdf) het beleidsplan 2012-2016.

De hoofdlijnen van het beleidsplan

1. Het Van Eesterenmuseum brengt de werelden van geïnteresseerden en professionals op het brede terrein van stedelijke ontwikkelingen bij elkaar.

2. Het gedachtegoed van Cornelis van Eesteren vormt het uitgangspunt voor alle activiteiten van het Van Eesterenmuseum. We willen belangstelling wekken voor de maatschappelijke en culturele betekenis van de stedenbouwkundige discipline bij een breed publiek. Het gaat daarbij om kennis over de ruimtelijke structuur van steden en over de intrigerende relatie tussen stedenbouw en architectuur en tussen traditie en vernieuwing.

3. Het Van Eesterenmuseum streeft naar een inhoudelijke en organisatorische verbreding en versterking van het Van Eesterenmuseum, met nieuwe activiteiten en programma’s en met een alerte en stevige organisatie. En een passende financiële basis.

4. Het Van Eesterenmuseum streeft naar een duidelijke profilering en naar samenwerking met anderen op drie niveaus: het niveau van Nieuw-West, het niveau van Amsterdam en het niveau van Nederland.

5. Het Van Eesterenmuseum is verankerd in de inzet en het enthousiasme van vrijwilligers. Om alle nodige inspanningen voor het Van Eesterenmuseum helder en productief te structureren zal de organisatie opgebouwd worden vanuit drie aandachtsgebieden, die samen het Van Eesterenmuseum vormen: programma, communicatie, organisatie.

i) het werk dat de instelling doet

De instelling ontplooit activiteiten zoals genoemd onder ‘Werkwijze’.

De activiteiten worden geïnitieerd door een kleine staf (directeur, museumcoördinator, vrijwilligerscoördinator, coördinatoren voor communicatie, techniek, programma en educatie die als vrijwilliger of ZZP-er aan het museum verbonden zijn). De projecten en programma-activiteiten worden gerealiseerd met inzet van vrijwilligers.

ii) de manier waarop de instelling geld werft

Tot het vermogen van de stichting worden bestemd;

1. Opbrengsten van de activiteiten van de stichting Van Eesterenmuseum;
2. Erfstellingen, legaten en schenkingen;
3. Subsidies en bijdragen;
4. Revenuen van het vermogen; en
5. Eventuele andere baten.

Het Van Eesterenmuseum wordt exploitatietechnisch gesteund door de Gemeente Amsterdam en de EFL Stichting. De museumwoning is een gezamenlijk project met De Alliantie. Het museum probeert partners en belanghebbenden te binden aan het programma. Voor projecten schrijft het fondsen en sponsoren aan en is een vriendenkring opgezet.

iii) het beheer van het vermogen van de instelling;

Het vermogen wordt beheerd door het bestuur van het museum, daarin ondersteund door administratiekantoor ASK.

iv) de besteding van het vermogen van de instelling

Het vermogen is grotendeels geoormerkt en bestemd voor activiteiten. Het wordt besteed aan de organisatie die de projecten ten uitvoer brengt en aan projecten en programma-activiteiten waarvoor gericht fondsen worden geworven.

De functie van de bestuurders
– Voorzitter
– Penningmeester
– Secretaris
– Algemene leden

De namen van de bestuurders
– Noud de Vreeze, voorzitter
– Hendrik Battjes, penningmeester
– Janna Koops, secretaris
– Ivan Nio, algemeen lid
– Pieter Boekschooten, algemeen lid

Het beloningsbeleid

De leden van het bestuur zullen statutair nimmer honorarium loon of ander materieel voordeel van de stichting genieten. Wel hebben zij recht op vergoeding van in functie en ten behoeve van de stichting gemaakte onkosten.

Salarissen van de directeur en personeel in dienst van de stichting volgen geen enkele cao en liggen in elk geval niet hoger dan in de museumcao. Salarisadminstratie en boekhouding is ondergebracht bij administratiekantoor ASK dat gespecialiseerd is in de ondersteuning van kleine culturele instellingen.

Jaarverslag

2015
Voor een actueel verslag van de uitgeoefende activiteiten: download onderstaand jaarverslag.

In het te downloaden jaarverslag staan ook de financiële ontwikkelingen, de balans en staat van baten en lasten te lezen. Daaruit blijkt dat in het verslagjaar 2015 een resultaat is geboekt van afgerond € 6.790. Het resultaat komt deels ten goede aan projecten en een nieuwe vaste tentoonstelling in 2017 en wordt voor de rest toegevoegd aan het eigen vermogen, dat naar verhouding tot de omzet nog steeds te laag is.

De uitgaven bleven binnen de begroting hoewel de subsidiewerving voor projecten ondanks intensieve inspanningen minder voorspoedig verliep dan was gehoopt. Ook de publieke ‘subsidiemarkt’ lijdt onder de huidige economische conjuncturele situatie! Mede dankzij een strakke periodieke kostenbewaking konden de uitgaven waar nodig worden aangepast aan de inkomsten. De projecten waarvoor tevergeefs subsidie is aangevraagd zijn uiteraard ook niet ten uitvoer gebracht. Dat dit niet ten koste is gegaan van onze programmatische ambities, is behalve aan het trefzekere beleid van de directeur zeker ook te danken aan de tomeloze inzet van onze grote schare betrokken vrijwilligers.

Vanaf de oprichting is het Van Eesterenmuseum in zijn voortbestaan voornamelijk afhankelijk van de subsidies van onze twee vaste sponsors, het Stadsdeel Nieuw-West en de EFL-stichting.

Als bestuur zijn en blijven we beide instanties daarvoor zeer erkentelijk. Gezamenlijk waren zij in 2015 goed voor driekwart van alle ontvangen subsidies.

Het jaar 2015 is verder ook administratief-technisch gezien zonder problemen verlopen, dankzij de inzet van het eigen personeel en het administratiekantoor ASK. Voor meer informatie: lees het jaarverslag.

Jaarverslag 2015
Jaarverslag VEM 2015-ANBI (pdf)

Eerdere jaren
Voor de financiële ontwikkelingen wordt verwezen naar te downloaden balans en staat van baten en lasten. Daaruit blijkt dat in het verslagjaar 2013 een resultaat is geboekt van afgerond € 24.000. Die meevaller is veroorzaakt door diverse toevallige en eenmalige factoren, waaronder het gegeven dat de nieuwe directeur later is aangetreden dan aanvankelijk verondersteld. Het resultaat komt deels ten goede aan projecten en tentoonstellingen in 2014 en wordt voor de rest toegevoegd aan het eigen vermogen, dat naar verhouding tot de omzet nog steeds te laag is.

Het jaar 2013 is ook administratief-technisch gezien zonder problemen verlopen, dankzij de inzet van het eigen personeel en het administratiekantoor ASK.

Aan de hand van kostenbewakingen wordt de financiële stand van zaken in de loop van elk jaar twee keer beoordeeld met als peildata 1 mei en 1 oktober. Dat stelt het bestuur in staat om het beleid indien nodig tussentijds bij te stellen.

De toegezegde subsidies zijn tijdig ontvangen en voor het jaar 2013 kon wederom een sluitende begroting worden vastgesteld.

Het bestuur realiseert zich dat het huidige aantal activiteiten uitbreiding behoeft om op de duur als Van Eesterenmuseum toekomst te hebben. De financiële basis zal daartoe verbreed moet worden. In 2013 is hiermee al een begin gemaakt door de bovengenoemde, succesvolle fondsenwerving waardoor de begroting 2014 voorziet in een totale omzet die ongeveer anderhalf keer zo groot is als die van 2013. Het eigen inverdienvermogen lag op 12%, het streven is om in 2014 een hoger percentage te halen. Om dit laatste van de grond te krijgen moet worden gezocht naar mogelijkheden om de eigen inkomsten te verhogen. Om structurele personeelskosten niet afhankelijk te maken van ad-hoc subsidies lijkt verhoging van het totaal aan structurele subsidies in een verdere toekomst gewenst.

Aan de meeste genoemde opties is in het verslagjaar gewerkt. Voor de sponsorwerving werd de samenwerking met het bureau CultuurSupport voortgezet. En voor de ontwikkeling van projectplannen wordt gewerkt met een vast schema van definities, ambities en planningen.

In het eerder genoemde businessplan annex marketingplan is onder meer een aantal ‘Project Markt Combinaties’ ofwel PCM’s beschreven waarmee het museum zelf inkomsten kan genereren voor nog te ontwikkelen projecten. Ook daarmee is in het verslagjaar een begin gemaakt. In de loop van 2014 zal het businessplan naar behoefte worden bijgesteld.

Het plan bevat ook een onderbouwde meerjarenbegroting. Deze draagt een indicatief karakter; de daarin veronderstelde toekomstige subsidies en eigen verdiensten zullen één voor één waargemaakt moeten worden. Het geheel is dus op te vatten als een inventarisatie van beleidsvoornemens en als prikkel voor bestuur, directie en vrijwilligers om zich daarvoor met hart en ziel in te zetten.

i) de balans

ii) de staat van baten en lasten

iii) een toelichting

Activiteitenverslag 2014
Jaarverslag VEM 2014 (pdf)

Financiële verantwoording 2014
Financieel verslag VEM 2014 (pdf)

Naamloos 2
Ontstaansgeschiedenis
Het Van Eesterenmuseum is begonnen als een Buitenmuseum. Het bestuur van voormalig stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, nu stadsdeel Nieuw-West, besloot in 2007 een deel van de stadsuitbreiding van architect/stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren in Amsterdam-West aan te wijzen als Gemeentelijk beschermd stadsgezicht.

Toen dit Buitenmuseum een feit was, is er een informatie- en documentatiecentrum met exposities en een gevarieerd programma van activiteiten en evenementen opgezet (2010) en een modelwoning ingericht (2012). Het Van Eesterenmuseum is het eerste museum in Nieuw-West, en het heeft zich de afgelopen vier jaar ontwikkeld tot een gewaardeerd platform voor gesprek en debat over de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam.

Het informatiepunt en documentatiecentrum Van Eesterenmuseum is ondergebracht in Broedplaats De Vlugt, een oude nijverheids- en huishoudschool. Het Van Eesterenmuseum heeft daarin het oude kooklokaal op de begane grond in gebruik genomen. De ruimte in Broedplaats De Vlugt kan nog lange tijd volstaan en is ideaal gelegen aan de rand van het buitenmuseum zodat de architectuurwandelingen goed vanuit het museum kunnen doen.

Echter, idealen en dromen vormen een belangrijke drijfveer voor de mensen achter het Van Eesterenmuseum. Momenteel wordt een haalbaarheidsstudie gedaan naar een Van Eesterenpaviljoen aan de noordoever van de Sloterplas.

Lees hier meer over de ontstaansgeschiedenis van het Van Eesterenmuseum (pdf).

Het Van Eesterenpaviljoen aan de Sloterplas
Het Van Eesterenmuseum vertelt het verhaal van het Algemeen Uitbreidingsplan en de aanleg van de Westelijke Tuinsteden onder leiding van Cornelis van Eesteren, naar wie het vernoemd is. Het museum, dat inmiddels zijn naam heeft gevestigd en veel bezoekers trekt, is sinds oktober 2010 gevestigd in een voormalig schoolgebouw in Slotermeer aan de Burgemeester De Vlugtlaan. Temidden van het ‘buitenmuseum’: beschermd stadsgezicht. Hoewel gelegen in Slotermeer, de eerste wijk die werd aangelegd, is het museum ook gericht op de wijken Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomse Veld en Osdorp en Buitenveldert in Zuid.

De Westelijke Tuinsteden zijn twee jaar geleden aangewezen als gebied van nationaal belang door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Met de Sloterplas als een kroonjuweel in het midden. Wat is nu logischer dan dat het Van Eesterenmuseum op termijn in het hart van de Westelijke Tuinsteden gevestigd zal zijn? Dus aan de Sloterplas!

Nu al richt het museum zich via de maandelijkse Van Eesterengesprekken en excursies op de gehele Westelijke Tuinsteden, en zelfs daarbuiten. Een centrale ligging hoort daarbij. Het Van Eesterenmuseum kan dan wellicht gaan functioneren als een platform van kennis over moderne stedenbouw in het verlengde van het nu al gevoerde debat over de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden.

Het museum zou in samenwerking met andere culturele activiteiten kunnen uitgroeien tot een markante plek aan de Noordoever van de Sloterplas bij de meidoornbosjes aan de Burgemeester Röellstraat, niet alleen voor de bewoners van het stadsdeel, maar ook als bruggenhoofd naar de schoonheid van dit groene stadsdeel voor alle Amsterdammers. Hiervoor is een ontwerp en een maquette gemaakt. Het plan is een uitnodiging aan anderen om deel te nemen en verder vorm te geven aan dit idee.

Directie

Anouk de Wit (1966) studeerde Kunstgeschiedenis en Archeologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zij werkte voor diverse organisaties in de erfgoedsector, zoals monumentenzorg in Rotterdam en Zwolle (het Oversticht) en het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. Vanaf de vroege jaren negentig werkte zij op freelance basis voor de Dienst Ruimtelijke Ordening (DRO) van Amsterdam aan onderzoek en publicaties waaronder Nieuw Sloten van Tuin tot Stad. Tussen 2001 en 2011 was zij vanuit DRO directeur van De Zuiderkerk, het informatiecentrum voor ruimte bouwen wonen van de gemeente Amsterdam. Daar organiseerde zij manifestaties en tentoonstellingen waarin het ruimtelijk beleid en de openbare ruimte van de gemeente centraal stond. Door haar toedoen kon men in de Zuiderkerk zien hoe Amsterdam bouwde en zich oriënteren op nieuwbouwprojecten en wonen (AmsterdamWoont een multimediale expositie). Het informatiecentrum was tijdens speciale manifestaties een ontmoetingsplek voor marktpartijen, politici, beleidsmedewerkers en architecten, uit binnen-­‐ en buitenland. Vanaf 2011 organiseerde De Wit naast tentoonstellingen gesprek en ontmoeting van professionals, burgers en cultuurtoeristen voor de 5e Internationale Architectuur Biënnale, ARCAM en het Van Eesterenmuseum. Vanaf augustus 2013 is zij directeur van het Van Eesterenmuseum in Amsterdam Nieuw-­West.

Bestuur

Noud de Vreeze (1948) studeerde bouwkunde in Delft. Hij werkte voor diverse organisaties in de sociale woningbouw en de lokale stadsontwikkeling, zoals de ARS in Amsterdam, kwaliteitsteams in Amersfoort en Utrecht, en welstandsadviescommissies in Noord-Holland. In de jaren tachtig was hij redacteur van het tijdschrift Archis en bestuurslid van Europan. Hij gaf colleges aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam, Amsterdam en Tilburg en aan het PDI van de Universiteit van Amsterdam. In 1993 promoveerde hij op een onderzoek naar de kwalitatieve grondslagen van de sociale woningbouw. Van 2008 tot 2012 was hij stadsarchitect in Amersfoort. Daarover schreef hij het boek ‘Lange lijnen in de stadsontwikkeling, Amersfoort 1945-2010′ waarin de invloeden van landelijk beleid op lokale politieke besluitvorming worden geanalyseerd.

Hendrik Battjes (1935) studeerde aan de HTS in Groningen en begon daarna als tekenaar bij Bodon om te werken aan het RAI-gebouw. Vanaf die tijd heeft hij zijn werkzame leven gewerkt bij architectenbureaus, niet als ontwerper maar altijd in andere functies. Zo was hij chef de bureau van het bouwbureau van stadhuis van Holzbauer en van de Architekten Groep. Daarnaast is hij vanuit de politiek betrokken (geweest) bij de ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling in het algemeen en bij de ontwikkeling van de Zuidelijke IJoever in het bijzonder. Zijn hele leven is hij geïnteresseerd in geschiedenis, en heeft hij een aantal artikelen en boekjes gepubliceerd over de binnenstad, over Nieuwkoop en vooral over Hendrik de Keyser en de Zuiderkerk.

Janna Koops woont in een jaren ’50 rijtjeshuis in de groene Tuinstad Slotervaart. Zij werkt als communicator bij de gemeente Amsterdam, waarvan 2010 – 2014 bij stadsdeel Nieuw-West. Janna studeerde politicologie in Amsterdam en beleidsmatige milieukunde in Twente en wist op Aruba, naast haar werk als journalist bij de lokale krant Amigoe, een propedeuse rechten te halen. Geïnteresseerd in stedelijke ontwikkeling, maar niet hierin geschoold, brengt ze vooral haar blik-als-bewoner mee naar het bestuur.

Ivan Nio (1965) studeerde sociale geografie en filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1999 is hij zelfstandig onderzoeker (NIO Stedelijk Onderzoek). In zijn onderzoek en publicaties heeft hij verschillende thema’s verkend op het grensvlak van ontwerpende en sociaal-wetenschappelijke disciplines. Hij is (co)auteur van oa. Buitenwijk; stedelijkheid op afstand (1998), Atlas van de Westelijke Tuinsteden Amsterdam; de geplande en de geleefde stad (2008; samen met A. Reijndorp en W. Veldhuis) en Atlas Nieuwe Steden; de verstedelijking van de groeikernen (2012; samen met A. Reijndorp en L. Bijlsma).

Pieter Boekschooten (1949) studeerde aan de École Supérieure d’Urbanisme et Paysage te Brussel, deed een master aan de Academie voor bouwkunst Amsterdam en aan de NUAB in Utrecht. In 1973 kwam hij te werken bij de gemeente Amsterdam, waar hij zich sindsdien ontwerpend heeft ingezet voor het groen en de relatie tussen de stad en het ommeland. Hij begon in de Bijlmer, werd als snel specialist inzake het landelijk gebied, nam zitting in de groencommissie Amstelland en ontwierp mee aan de Floriade (Regionaal Park Gaasperplas) en aan het bidboek voor de Olympische Spelen van 1986 (Nieuw-Sloten en Oeverlanden Nieuw meer). Daarna bleven de Westelijke Tuinsteden, het huidige Nieuw-West , zijn focusgebied en ontwikkelde hij bijzondere liefde en plannen voor Geuzenveld/Slotermeer, de Tuinen van West, de eerste polder van Van Eesteren en de Nieuwe Meer. Van Boekschoten schakelt moeiteloos tussen alle schaalniveaus, hij ontwierp pleinen in het stedelijk gebied, de inpassing van de Westrandweg maar schreef en tekende ook mee aan de Gebiedsvisie Haarlem Amsterdam en de Ecologische verbinding Amstelland Spaarnwoude. Daarnaast is Boekschoten een geziene gastdocent aan hogescholen en universiteiten in Velp, Eindhoven, Delft, Amsterdam, Brussel, Leeds etc.

Comité van aanbeveling

Vincent van Rossem, gebiedsadviseur bij ‘Monumenten en Archeologie’, gemeente Amsterdam, hoogleraar in de geschiedenis van de bouwkunst
Esther Agricola, directeur van ‘Ruimte en Duurzaamheid’, gemeente Amsterdam
Ineke Teijmant, stadssocioloog Universiteit van Amsterdam
Yttje Feddes, rijksadviseur voor het Landschap
Mels Crouwel, architect en directeur Benthem Crouwel
Henk Spaan, oud-bewoner Slotermeer
Lex Pouw, voormalig voorzitter Raad van Bestuur Ymere

Vrijwilligers

Wordt Van Eesteren vrijwilliger!
Het Van Eesterenmuseum wordt gedragen door de betrokkenheid van een vijftigtal medewerkers/vrijwilligers. 
Zie hier de lijst van alle medewerkers en wat zij voor het museum doen: Medewerkers Van Eesterenmuseum juni 2016.

Wilt u ook als vrijwilliger werken voor het Van Eesterenmuseum? Neem dan contact op via info@vaneesterenmuseum.nl.

Naast gidsen zijn we op zoek naar gastvrouwen/gastheren
Taakomschrijving: Zorgen voor bezetting in het museum. Afrekenen boeken, rondleidingen, koffie/thee. Je hebt contact met de bezoekers. Helpt ze aan de balie met geven van informatie. Kleine catering als je dat leuk vindt.
Eisen: Representatief (verzorgd uiterlijk). Communicatief ingesteld, belangstelling voor bezoekers, aanknopen van een praatje. Goede beheersing van de Nederlandse taal.
Te bieden: Betrokkenheid bij een leuk team vaneen jong en enthousiast museum. Team is zeer gevarieerd; dames, heren, jong en ouder, hoger opgeleid, lager opgeleid, werken, werkzoekend, uitgewerkt. Betrokkenheid bij interessant netwerk van mensen rondom museum; veel plezier met elkaar.
De waarde: Omgang met veel verschillende mensen, bewoners en ex-bewoners van de tuinsteden maar ook groepen studenten, architecten, ambtenaren, stedenbouwers.

Kleuren van het Van Eesterenmuseum

Kleuren van het Van Eesterenmuseum