Museum om de Hoek

Steeds meer wijken hebben hun eigen museale initiatief of buurtmuseum. Anders dan traditionele musea hebben ze vaak geen vaste collectie, maar gebruiken ze hun wijk als inspiratiebron. Wat ze gemeen hebben, is een directe binding met de lokale omgeving. Welke museale initiatieven zijn er, hoe zijn ze ontstaan, hoe zorgen ze voor een gezonde organisatie, hoe financieren ze hun activiteiten en hoe houden ze het initiatief levend op de lange termijn? 

Buurtmuseumconsulent
Ruim twee jaar geleden startte het overleg tussen de verschillende buurtmusea van Amsterdam om een samenwerking op te zetten. Aanvankelijk lag er een eenvoudige vraag: hoe kunnen de buurtmusea in hun communicatie met elkaar optrekken, kennis delen en van elkaar leren. Na veel gepraat werd aangestuurd op het instellen van een gezamenlijke buurtmuseumconsulent en ging het gesprek enkel nog over organisatievorm en rechtspersoon. Dat bleek een maatje te groot voor de buurtmusea, het initiatief implodeerde.

In gesprek bij Pakhuis de Zwijger
Een aantal gesprekspartners zat dit niet lekker, zij organiseerden zich en maakten zich hard voor een programma over het Museum om de Hoek. Petit Comité Oost, bestaand uit, Anet Wilgenhof (Perron Oost), Harriët van der Veen (Museum Indische Buurt) en Zeraja Terluin (Museum zonder Muren) stapten af op hun stadsdeel, het AFK en Pakhuis de Zwijger en zetten de buurtmusea op de agenda. Drie bevlogen cultureel ondernemers die met hun buurtmusea alternatieve manieren bedenken om in de buurt met elkaar in verbinding te staan. Inmiddels praten bij de bijeenkomsten in Pakhuis de Zwijger wel 100 bezoekers mee.

Bij de aftrap in november 2015 werd geïnventariseerd welke culturele buurtinitiatieven er zijn in Amsterdam en omstreken. De tweede bijeenkomst van afgelopen 26 januari 2016 ging over de praktische zaken waar de musea tegen aan lopen, zoals het organiseren van geld voor hun programma.

Amsterdam Museum
Paul Spies, vertrekkend directeur van het Amsterdam Museum, pleitte op de valreep nog maar eens voor een museumconsulent die de buurtmusea kon ondersteunen. Als de stad belang hecht aan het floreren van deze musea in de haarvaten van de stad, dan moet er boter bij de vis. Een duidelijke hint voor de gemeente. De buurtmusea zelf zijn bij voorkeur geen historische hobbyclub, maar programmeren onderwerpen die relevant zijn voor de buurt en de stad anno nu. Ze moeten iemand aan het roer zetten die gedreven en met visie plannen kan maken en daar ook geld bij vinden kan. (Dat is nu vaak een probleem, de kost gaat voor de baat uit.) Het Amsterdam Museum werkt graag in de buurten samen, maar kiest daar nu de cultuurhuizen voor uit. Daar komt het publiek dat niet al naar het Amsterdam Museum komt. En het zijn instellingen waarvan je zeker weet dat ze kunnen leveren wat wordt afgesproken.

Spies gaat naar Berlijn en krijgt daar als Directeur van de Stiftung Stadsmuseum Berlin de verantwoordelijkheid voor meerdere musea zoals het Märkisches Museum, het Ephraim-Palais, de Nicolaikirche en Museumsdorf Düppel. Daarnaast richt hij in het Humboldt-Forum, het keizerlijk paleis dat momenteel wordt herbouwd in het centrum van Berlijn, een permanente expositie over Berlijn in. We moeten allemaal in Berlijn komen kijken hoe goed en professioneel die kleinere historische in Berlijn draaien. Ze worden stuk voor stuk gerund door een museumprofessional, – de stad Berlijn steunt de musea daarin -, en zetten in op hun platform- en ‘community functie’.

Stad in Balans
Namens het gemeentelijk programma Stad in Balans gaf projectleider Eric van der Kooij inzicht in de groei van Amsterdam. De stad is een succes, dat succes kent ook een keerzijde. Het schuurt in Amsterdam, zo veel mensen maken gebruik van de stad. Het zorgt voor fietsfiles, en ratelende rolkoffers in ‘verRB&Bde’ wijken van de stad. De aantallen binnenlandse en buitenlandse bezoekers van Amsterdam nemen toe. Miljoenen toeristen komen er op ons af en ze blijven gemiddeld twee dagen in de stad. En als ze eerder in Amsterdam geweest zijn, zijn ze ook te verleiden andere delen van Amsterdam te verkennen. Eric vond het boeiend te vernemen wat de musea om de hoek allemaal ondernemen. En wist de zaal wakker te schrikken met het noemen van een geldpot van één miljoen euro die bij het programma Stad in Balans hoort voor experimenten of maatregelen die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen van het programma. Vast veel van de betrokkenen bij de kleine musea gingen na het debat dromend en plannenmakend weer op huis aan.

Net als bij de eerste bijeenkomst zorgde een filmpje van Bert Hana voor een komisch maar raak intermezzo. Bert begint een eigen museum waarin hijzelf het grootste kunstwerk is. Dat probeert hij te registreren bij het museumregister. Hij denkt ook na over de middelen die hij nodig heeft, bijvoorbeeld voor het verbeteren van de entree van zijn museum: een steile Amsterdamse die rolstoeltoegankelijk moet worden gemaakt. Hij belt zijn vrienden voor de Vrienden Van museum Bert Hana en zoekt contact met een sponsor.

Ons museum als lichtend voorbeeld
Daarna was het tijd voor gesprek met een panel en de zaal. Naast Paul Spies en Eric van der Kooij schoven Eefke van Neunen, voorheen werkzaam bij AFK en nu adviseur in de cultuursector, en ik zelf namens het Van Eesteren Museum aan. “Ons museum werd steeds als lichtend voorbeeld gepresenteerd” – om verlegen van te worden.

Van Neunen betwist dat kwaliteit alleen afhankelijk is van geld. Er zijn veel mooie initiatieven in de stad die ontstaan zonder subsidie, juist op energie en inzet van Amsterdammers die iets willen laten zien. De initiatiefnemers vinden de moeite die je neemt bij het aanvragen en verantwoorden van subsidie te groot. De curator van het Kunsthek in het Sarpahtipark valt haar bij, en ook Anna van The Street Art Museum in Nieuw-West is het er mee eens. Zij regelt het zelf wel als ondernemer. Dat is prima, maar Spies vindt dat je ook na moet denken over de continuïteit van je museum. Wat gebeurt er als die ene gedreven roerganger omvalt? Blijft het museum dan nog bestaan? Een beetje geld helpt bij het organiseren en waarborgen van de continuïteit en kwaliteit. Als directeur van het vooral door vrijwilligers bestuurde en gerunde Van Eesteren Museum ben ik met ik het met hem eens. Zonder steun van onze basis door Stadsdeel Nieuw-West en de EFL-Stichting zouden we nooit zo op de trom kunnen slaan, laat staan dromen van de realisatie van een Van Eesterenpaviljoen aan de Sloterplas.

Anouk de Wit; 5 februari 2016.


Op 26 januari werd tijdens ‘Musea om de hoek’ het boekje ‘9 kleine musea in Amsterdam’ gelanceerd. Marijke Knies en Huguette Mackay hebben er een mooie uitgave van gemaakt. Hebben? Het boekje is verkrijgbaar in onze museumwinkel of te bestellen via info@kunstencultuurstadshart.nl.

Uitgelicht



van Eesteren Museum