Deze maand

Tuin #3 Tuinen Mien Ruys

Op vrijdag 28 maart openden we de tentoonstelling Mien Ruys en de moderne tuin. In deze tentoonstelling is te zien hoe tuinarchitecte Mien Ruys te werk ging en hoe haar ontwerpen tot uiting kwamen in diverse tuinen in Amsterdam. Een element dat altijd in haar tuinen terugkwam waren de vaste-plantenborders die ze aanpaste op compositie, de grondsoort en de ligging van de tuin. Maar waar haalde Mien Ruys eigenlijk die enorme plantenkennis vandaan die ze in al haar ontwerpen toepaste?

Dit begint op de plek waar ze vandaan komt. Als dochter van de baas van kwekerij Moerheim in Dedemsvaart groeide ze op tussen de planten en bloemen. Ze wist echter al snel dat ze zelf geen kweker wilde worden, maar juist geïnteresseerd was in hoe je met deze planten kon vormgeven. Na haar studie ging Ruys dan ook aan het werk op de ontwerpafdeling van het bedrijf. Daar startte ze met het opzetten van proeftuinen, waarin ze experimenteerde met nieuwe plantensoorten. Veel van haar eerste experimenten mislukten, wat haar veel kennis opleverde over de effecten van grondsoorten en het klimaat op planten. 

Tegenwoordig bestaan de tuinen in Dedemsvaart nog steeds, en ze zijn inmiddels ook toegankelijk voor publiek. In de tuinen zie je goed de ontwikkeling die Mien Ruys is doorgegaan als ontwerper. De eerste tuin die ze in Dedemsvaart aanlegde was de Verwilderingstuin uit 1924. Bijna alle planten gingen daar dood door de zure grond en zo leerde ze haar eerste grote les over het plaatsen van de juiste planten bij de juiste grondsoort. In de oude proeftuin uit 1927 maakte ze een traditionele border met beplanting van laag naar hoog. In beide tuinen zie je de strakke lijnen en griontegels die Ruys introduceerde terug in het ontwerp. 

Later ontwierp ze nog vele andere soorten tuinen, zoals de blauwe tuin, de watertuin, de stadstuin en de vakkentuin. Ondanks dat de tuinen tegenwoordig een mooie representatie zijn van de ontwikkeling van Mien Ruys als tuinarchitect, dacht Mien Ruys niet over haar eigen tuinen als ‘showtuinen’. Daarover zegt ze:

"In Dedemsvaart maak ik nooit één tuin. Het zijn gewoon 25 lapjes grond, waarmee ik experimenteer. Sommige dingen zijn ook heel lelijk. Het zijn geen showtuinen en de bezoekers moeten zich wel eens afvragen hoe ik ooit zoiets lelijks heb kunnen doen. Maar het is een groot geluk dat ik grond heb om op te prutsen."

De proeftuinen waren voor Ruys dus vooral praktisch; een plek waar ze kon leren over nieuwe plantensoorten en hoe die het doen op lange termijn. In 1943 verhuisde ze de ontwerpafdeling van haar praktijk naar Amsterdam, maar elke zomer keerde ze terug naar Dedemsvaart om te experimenteren in de proeftuinen. De Tuinen Mien Ruys zijn een gemeentelijk monument en haar drie vroegste tuinen zijn sinds 2004 rijksmonument. De Tuinen Mien Ruys zijn weer sinds 1 april geopend voor publiek.